Geschiedenis elektrisch rijden

Lees hier alles over de geschiedenis van het elektrisch rijden! Benieuwd?  Lees maar!

De eerste elektrische auto’s

Voor de auto bestond verplaatste de mens zich voornamelijk met paard en kar.

Stap voor stap is men vanuit deze kar tot een zichzelf voortbewegende auto gekomen.

De uitvinding van de stoommachine markeerde het begin van deze evolutie. De eerste kar die autonoom kon rijden werd op het einde van de 18e eeuw ontworpen door de Fransman Cugnot.

Dit voertuig werd gebruikt om zware kannonen te trekken, het kon 4 ton verplaatsen tegen een snelheid van 4 km/u.

Hiervoor moest de boiler moest wel elke 15 minuten worden bijgevuld.

Omdat dit soort wagens enkel geschikt waren om op een stevig en vlak terrein te rijden, bouwde men wegen die bestonden uit 2 evenwijdige metalen rails: de stoomtrein was geboren.


De eerste auto op stoomkracht

Hoewel de stoomauto dus niet echt een succes werd, bleef het idee van een zelf aangedreven kar wel spelen in het hoofd van de ingenieurs uit die tijd.

Tientallen jaren later kwamen er twee nieuwe vormen van aandrijving op de markt: de verbrandingsmotor en de elektrische motor.

Beide bleken erg geschikt als krachtbron voor het voortbewegen van auto’s, het duurde dan ook niet lang voor de eerste modellen op de markt kwamen.

De elektrische voertuigen hadden een batterij die met netstroom moest worden opgeladen.

Ze werkten heel stil en vroegen weinig onderhoud. Ze waren ook erg stijlvol omdat enkel rijke mensen in die tijd netstroom. Omdat ze ook nog eenvoudig in gebruik waren, werden de elektrische wagens al snel het populairste vervoersmiddel.

Zo werd het magische record van 100km/h als eerste gehaald door een elektrische wagen. De Belg Camille Jenatzy deed dit met zijn zelfgebouwde wagen “Jamais Contente”.


La Jamais Contente

Naarmate beide krachtbronnen verder ontwikkeld werden, trok de verbrandingsmotor uiteindelijk toch aan het langste eind.

Het grootse probleem van de elektrische auto’s was hun batterij.

De energiedichtheid per kilogram hiervan was in die tijd 100 tot 300 keer lager dan die van benzine en diesel. Hierdoor moesten elektrische auto’s met zware interne batterijen worden uitgerust, waardoor de snelheid en bereik ernstig beperkt waren.

Porsche

Desondanks bleef men elektrische auto’s ontwikkelen. In 1896 nam de toen nog onbekende Ferdinand Porsche een patent op de elektrische wielnaafmotor. Deze was een ware doorbraak door zijn eenvoud en de afwezigheid van een onbetrouwbaar overbrengingssysteem.

Porsche bleef in de elektrische wagen geloven en ontwikkelde daarna de Lohner-Porsche Elektromobil.

Deze wagen haalde een topsnelheid van 50km/h en had met zijn batterij van 410kg een rijbereik van 50km.

Met zijn wielnaafmotoren vooraan werd dit ook de eerste auto met voorwielaandrijving ter wereld.

Men was er toen immers nog niet uit hoe men sturende wielen kon voorzien van een aandrijving. Er kwam ook een Lohner met vierwielaandrijving (ook een primeur), maar deze verbruikte zoveel stroom dat met al 1800kg batterijen nodig had voor een aanvaardbaar rijbereik te halen.

Intussen was de verbrandingmotor al zo hard ingeburgerd dat het meeste onderzoek naar elektrische wagens werd stopgezet.


De Lohner-Porsche

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de elektrische auto dankzij het grote brandstoftekort een tijdelijke opleving.

Peugeot ontwikkelde in die tijd de VLV: de Voiture Légère de Ville. Deze werd gevoed door vier 12V batterijen onder de motorkap, die de wagen een topsnelheid van 30km/h gaven en een bereik van 80km. Daarna bleef het een tijd stil.


Peugeot’s VLV

De jaren 90

Toen zich in de jaren zeventig twee energiecrises voordeden werd de ontwikkeling van de elektrische auto weer gestimuleerd.

Hieruit vloeide begin jaren 90 uiteindelijk de Peugeot 106 electric uit voort. Deze haalde een topsnelheid van 90km/h en had een bereik van 100km. Er werden 6400 electrics geproduceerd, waarvan de meeste echter wel door de Franse overheid werden gekocht. De grote interesse van het publiek bleef echter uit.

Ook de Amerikanen zaten ondertussen niet stil. In de jaren ’90 experimenteerden de grote merken zoals Ford met de EV-Ranger en GM met de EV1. Onder druk van de olielobby en door een dalende olieprijs werden de lease-contracten van deze EV’s (Electric Vehicle) echter vroegtijdig opgezegd en de voertuigen werden vernietigd. Dit bracht een schokgolf van protest teweeg van voorstanders van de elektrische wagen. Achteraf bekeken noemde de CEO van GM deze beslissing zijn slechtste ooit. Had GM doorgezet, dan waren elektrische auto’s voor dagelijks gebruik al 10 jaar eerder een feit kunnen zijn.


De EV1

Elektrische auto’s vandaag

Een mooi voorbeeld van de uitkomst van deze projecten van de jaren 90 vormt de volledig elektrisch aangedreven Tesla Roadster. Deze elektrisch aangedreven sportwagen sprint van 0-100km/h in 3,8 seconden en haalt een topsnelheid van 200km/h. Met zijn prijskaartje van 100.000€ zal hij niet echt grote verkoopsvolumes halen, maar hij toont wel waartoe de huidige generatie elektrische wagens in staat kunnen zijn.


De Tesla Roadster

Vandaag staat de elektrische auto voor zijn definitieve doorbraak. Alle grote constructeurs hebben concrete elektrische plannen of zelfs al wagens in productie. Naarmate de technologie verder ontwikkeld wordt en de brandstofprijzen blijven stijgen, is het een kwestie van tijd vooraleer zij de overheersing van de verbrandingsmotor zullen overnemen.